Dhamma

Wanneer wij verwijzen naar de Leer van de Boeddha spreken we over het algemeen over de Dhamma ofwel de Boeddha-Dhamma. De Predikingen van de Boeddha zijn opgetekend in het Pāli, een middel-indische taal, en vormen samen de Tipitaka (de Drie Manden): Vinaya (de boeken met betrekking tot de discipline en aanverwante ethische vragen), Sutta (de Predikingen van de Boeddha en de eminente discipelen) en de Abhidhamma (de psychologische analyse en classificatie).

Het woord Dhamma is afgeleid van het Pāli werkwoord Dhar, wat dragen betekent. Dhamma betekent dus letterlijk: iets dat helpt te dragen. De Dhamma helpt ons doekkha (Pāli: du = verachtelijk + kha = leegte = dukkha ofwel (direct en indirect leed) te ‘dragen’ en ons tot de verwerkelijking van Nibbāna te leiden.

Tijdens de cursus ‘Boeddhisme en Meditatie‘ op woensdagavond wordt uitleg gegeven over de grondbeginselen van de Dhamma, hoe te mediteren en terzijde leert u ook een aantal basisbegrippen (met de juiste uitspraak!)

Pāli Tipiṭaka ofwel de Drie (Ti) Manden of Verzamelingen (Pitaka)

Dit zijn de oorspronkelijke teksten waarin de leringen van de Boeddha en enkele discipelen zijn opgetekend. Tipitaka betekent de Drie (Ti) Manden of Verzamelingen (Pitaka). Elke Pitaka bestaat uit een aantal boeken.

1. Vinayapiṭaka

Pārājikapāḷi
Pācittiyapāḷi
Mahāvaggapāḷi
Cūḷavaggapāḷi
Parivārapāḷi

2. Suttapiṭaka

Dīghanikāya
Majjhimanikāya
Saṁyuttanikāya
Aṅguttaranikāya
Khuddakanikāya, dit een verzameling kortere boekwerken zoals Dhammapada.

3. Abhidhammapiṭaka

Dhammasaṅgaṇī
Vibhaṅga
Dhātukathā & Puggalapaññatti
Kathāvatthu
Yamaka
Paṭṭhāna

Later meer . . .

Uitspraakregels voor Pāli woorden: de e en de o worden altijd uitgesproken als een open e en o; een diakritisch teken als - boven een klinker betekent dat die klinker lang wordt uitgesproken, zonder betekent kort uitspreken. Bij woorden als pitaka ligt de klemtoon op de twee na laatste lettergreep, dus 'pitaka.